Configureer een statisch IP-adres via bekabeld netwerk
Dit stappenplan laat zien hoe je een statisch IP-adres instelt via een bekabelde netwerkverbinding. Het zorgt voor een stabiele en betrouwbare netwerkverbinding voor je computer.
1 Open het Configuratiescherm
Begin met het openen van het Configuratiescherm op je computer. Je kunt dit doen door in de zoekbalk te typen 'Configuratiescherm' en de applicatie te selecteren. Zorg ervoor dat je 'Grote pictogrammen' of 'Kleine pictogrammen' in de weergave instelt om de opties gemakkelijker te vinden. Zoek vervolgens naar 'Netwerk- en deelcentrum' en open deze.
2 Open de Netwerkverbindingen
Klik in het 'Netwerk- en deelcentrum' op 'Adapterinstellingen wijzigen'. Hiermee open je een overzicht van al je netwerkverbindingen. Je ziet hier zowel draadloze als bekabelde verbindingen. Zoek de verbinding die overeenkomt met je bekabelde netwerkadapter; deze wordt meestal aangeduid als 'Ethernet'.
3 Eigenschappen van de Ethernet-verbinding
Klik met de rechtermuisknop op je 'Ethernet'-verbinding en selecteer 'Eigenschappen'. Een nieuw venster verschijnt met verschillende opties voor de netwerkverbinding. In dit venster kun je de instellingen van de verbinding configureren, waaronder het IP-adres. Let op: mogelijk heb je administrator rechten nodig om deze wijzigingen door te voeren.
4 Selecteer Internet Protocol versie 4 (TCP\/IPv4)
In het venster 'Eigenschappen' zoek je de optie 'Internet Protocol versie 4 (TCP\/IPv4)' in de lijst met componenten. Selecteer deze optie en klik op de knop 'Eigenschappen'. Dit opent een nieuw venster waarin je het IP-adres, subnetmasker, standaardgateway en DNS-servers kunt configureren.
5 Configureer het IP-adres en subnetmasker
Selecteer de optie 'Gebruik het volgende IP-adres:' en vul het gewenste statische IP-adres en het bijbehorende subnetmasker in. Het IP-adres moet uniek zijn binnen je netwerk en het subnetmasker is afhankelijk van je netwerkconfiguratie. Een veelvoorkomend subnetmasker voor thuisnetwerken is 255.255.255.0.
6 Configureer de Standaardgateway
Vul in het veld 'Standaardgateway' het IP-adres van je router in. Dit is meestal 192.168.1.1 of 192.168.0.1, maar kan variëren afhankelijk van je routermodel. De standaardgateway is het punt dat je computer gebruikt om toegang te krijgen tot het internet en andere netwerken.
7 Configureer de DNS-servers
Vul in de velden 'Voorkeurs DNS-server' en 'Alternatieve DNS-server' de IP-adressen van de DNS-servers in. Je kunt de DNS-servers van je internetprovider gebruiken, of openbare DNS-servers zoals die van Google (8.8.8.8 en 8.8.4.4) of Cloudflare (1.1.1.1 en 1.0.0.1). DNS-servers vertalen domeinnamen (zoals google.com) naar IP-adressen.
8 Bevestig de instellingen
Klik op 'OK' om de wijzigingen op te slaan en het venster 'TCP\/IPv4-eigenschappen' te sluiten. Klik vervolgens op 'OK' in het venster 'Eigenschappen' van de Ethernet-verbinding om de wijzigingen op te slaan en het venster te sluiten. Het is mogelijk dat je computer je vraagt om opnieuw op te starten om de nieuwe instellingen te activeren.
9 Test de verbinding
Open een webbrowser en probeer een website te bezoeken om te controleren of de verbinding werkt. Als de website niet laadt, controleer dan of alle instellingen correct zijn ingevoerd en of je de computer opnieuw hebt opgestart. Je kunt ook de opdrachtprompt gebruiken om je IP-adres en standaardgateway te controleren.
10 Controleer de netwerkinstellingen
Je kunt de instellingen verder controleren door in de opdrachtprompt 'ipconfig /all' in te voeren. Hiermee krijg je een overzicht van alle netwerkinstellingen, inclusief het IP-adres, subnetmasker, standaardgateway en DNS-servers. Controleer of deze overeenkomen met de instellingen die je hebt geconfigureerd.
Pro tip
Voor een optimale netwerkperformance, zorg ervoor dat het statische IP-adres buiten het DHCP-bereik van je router valt. Dit voorkomt IP-conflicten en zorgt voor een stabiele verbinding.